Volgen

Bevallingsverlof na Bedreiging door beroepsziekte/Moederschapsbescherming

Indien een personeelslid zwanger is en haar job vormt een risico voor de zwangerschap, dan kan zij een verlofstelsel opnemen: wegens 'bedreiging door een beroepsziekte' (code 109) of wegens 'moederschapsbescherming' (code 113). 
De wettelijke basis vindt u terug in PERS/2002/21 (13AC).

In dit artikel gaan we verder in op 'bedreiging door een beroepsziekte', maar de werkwijze voor 'moederschapsbescherming' is identiek.

Verlof voor bedreiging door beroepsziekte kan starten vanaf de dag van verwijdering uit het risico. De dienstonderbreking voeg je toe bij het personeelslid op het tabblad 'Dienstonderbrekingen'. De eerste risicodag is de eerste dag waarop het personeelslid in haar job in contact komt met een risico voor haar kind.

Het verlof voor bedreiging door beroepsziekte eindigt uiterlijk één week voor de vermoedelijke bevallingsdatum. Het bevallingsverlof (code 3) sluit dus aan op het einde van het verlof voor bedreiging door beroepsziekte. Dat geldt voor alle scholen en centra waar het personeelslid tewerkgesteld is.

De bedreiging door beroepsziekte kan vroegtijdig beëindigd worden als er geen risico meer is. In dit geval moet het bevallingsverlof niet aansluiten op deze dienstonderbreking.
Dit is bijvoorbeeld het geval als de vermoedelijke bevallingsdatum in de zomervakantie valt. Dan eindigt de beroepsziekte op 30 juni.

De bedreiging door beroepsziekte is een opdrachtgebonden dienstonderbreking en wordt dus gemeld met een RL1. Bevallingsverlof is persoonsgebonden en stuur je door met een RL2.

Was dit artikel nuttig?
Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0
Hebt u meer vragen? Een aanvraag indienen

Opmerkingen