Volgen

Dienstonderbreking inkorten/stopzetten

Voor het inkorten van een dienstonderbreking moet er een onderscheid gemaakt worden tussen een opdrachtgebonden (RL-1) en een persoonsgebonden dienstonderbreking (RL-2) .  

De soort dienstonderbreking kunt u controleren via de kolom 'RL' in het overzicht met de dienstonderbrekingen:

mceclip0.png

1. Inkorten van een opdrachtgebonden dienstonderbreking (RL-1)

Bij een opdrachtgebonden dienstonderbreking volstaat het om de dienstonderbreking te wijzigen naar de nieuwe einddatum en een RL-1 door te sturen op de begindatum van de dienstonderbreking én de dag volgend op de nieuwe einddatum.
De opdrachten van de gekoppelde vervangers worden automatisch mee ingekort. Uiteraard moet voor hen ook een nieuwe RL-1 worden doorgestuurd (of RL-4 indien geen enkele opdracht meer op de dag volgend op de nieuwe einddatum). 

2. Inkorten van een persoonsgebonden dienstonderbreking (RL-2)

Een persoonsgebonden dienstonderbreking moet eerst geannuleerd worden. Dit gebeurt via de knop 'Annulatie':

LET OP! Begin- en einddatum van de dienstonderbreking moeten die zijn van de oorspronkelijk gemelde (dus foutieve) periode.

Nadat het annulatiebericht is doorgestuurd, mag u de begin- en/of einddatum van de dienstonderbreking aanpassen en via de knop 'Melding' een nieuwe RL-2 doorsturen voor de correcte periode.
De interimopdrachten worden automatisch ingekort. Uiteraard moet voor de vervanger(s) een nieuwe RL-1 worden doorgestuurd (of RL-4 indien geen enkele opdracht meer op de dag volgend op de nieuwe einddatum). 

LET OP! De annulatie van de dienstonderbreking mag niet in dezelfde zending gebeuren als de nieuwe melding. We raden u aan om de zending van de aangepaste dienstonderbreking even uit te stellen, zodat u er zeker van kan zijn dat de juiste dienstonderbreking geannuleerd wordt.

Was dit artikel nuttig?
Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0
Hebt u meer vragen? Een aanvraag indienen

Opmerkingen